Leesclubvragen
Stefan Brijs - Post voor mevrouw Bromley
1 Waardoor zijn de hoofdpersonen John Patterson en Martin Bromley uit elkaar gegroeid?
2 Hoe zou u de verhouding tussen John en zijn vader omschrijven?
3 Wat vindt u ervan dat de postbode de brieven met doodsbericht achterhoudt voor de nabestaanden?
4 Biedt het troost als in een doodsbericht staat dat de gesneuvelde als een held gestorven is?
5 Mevrouw Bromley zegt: ‘Melk is dikker dan bloed.’ Wat is uw mening?
6 William Dunn zegt: ‘Trots is een dier dat altijd honger heeft.’ Bent u het daarmee eens?
7 Kon u zich identificeren met een van de personages?
8 Het boek speelt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hier is research voor nodig. Hoe vindt u die informatie in het boek geïntegreerd?
9 John wil niet naar het continent om te vechten. Waarom gaat hij uiteindelijk toch?
10 Wat vindt u van de manier waarop de overheid soldaten werft? Is er veel verschil met het heden?
11 Zijn er (nog) andere parallellen te trekken naar deze tijd?
12 Heldendom is een thema van dit boek. Heeft dit boek uw idee van heldendom veranderd?
13 De Leeuwarder Courant schreef: “In wezen is Post voor mevrouw Bromley een boek over de kracht en de onmacht van taal.” Bent u het daarmee eens?
14 Rob Schouten (Trouw) meent dat het boek veel korter had gekund. Vindt u dat ook?
15 Voor de lezers van De engelenmaker: Zijn er raakvlakken tussen beide romans? In hoeverre verschillen de romans qua realiteitsgehalte?
16 William Dunn zegt: ‘Literatuur moet je ráken. Alsof er een mes — tsjak! — tussen je ribben wordt geplant.’ Is de auteur hierin geslaagd?
|