Op zaterdag 6 oktober vond in de Stadsschouwburg te Amsterdam de
'Nacht van NRC' plaats: een avond vol lezingen, debatten, workshops en
interviews. Michel Krielaars, chef Boeken, ging in gesprek met wie
volgens NRC Handelsblad de schrijver van het boek van 2012 is, A.H.J. Dautzenberg met zijn in augustus verschenen Extra tijd.
Bij verschijnen van de roman schreef NRC Handelsblad:
'Gaat
het hier om een schrijver die durft wat weinig Nederlandse auteurs
durven: via de gezag ondermijnende kracht van de literatuur ingrijpen in
de meest heikele morele kwesties van onze tijd? (...) Dautzenberg
schaamt zich niet om zich van zijn kwetsbare kant te laten zien, (...)
wat hij daar vervolgens mee doet is zo meesterlijk en ontroerend, dat
er na de laatste bladzijde van Extra tijd geen twijfels meer over Dautzenbergs authenticiteit hoeven te bestaan: dit is een schrijver pur sang. *****'
NRC Handelsblad is niet de enige plek waar Extra tijd bejubeld is - integendeel. Hieronder vindt u een imposante lijst met de mooiste besprekingen.
Een ontroerde Roda-fan:
Na
Roda tegen PEC Zwolle heb ik je boek gekocht. Na het herkauwen van de
wedstrijd op Studio Sport ben ik gaan lezen en na de laatste pagina, bij
het ochtendgloren, klapte ik het boek dicht. Blijer na een slechte
wedstrijd van Roda ben ik nooit geweest. Ik heb mijn vader 16 jaar
geleden aan kanker verloren. Met hem ging ik de eerste keer naar Roda in
de Eerste Divisie in 1973. Dank voor dit mooie boek.
NRC Handelsblad:
Extra tijd is een bijna pijnlijk direct boek, zonder opsmuk, ongepolijst (...) Als schrijver laat Dautzenberg in Extra tijd eveneens
zijn ware gezicht zien, niet alleen door een uiterst persoonlijk
verhaal over zijn familie zo expliciet te vertellen, maar ook door te
tonen hoe nauw verweven ‘literaire trucjes’ en het echte leven eigenlijk
zijn (...) Dautzenberg schaamt zich niet om zich van zijn kwetsbare
kant te laten zien, ook al levert dat in literair opzicht af en toe wat
zwakkere momenten op. Wat hij daar vervolgens mee doet is dan weer zo
meesterlijk en ontroerend, dat er na de laatste bladzijde van Extra tijd geen twijfels meer over Dautzenbergs authenticiteit hoeven te bestaan: dit is een schrijver pur sang. (*****)
De Volkskrant:
Na
de confrontatie met een schimmige 'koiboi' wordt duidelijk dat de
verteller helemaal niet zo betrouwbaar is. Dan blijkt de vertelvorm zo
ingenieus verwikkeld met het verhaal dat ze elkaar onlosmakelijk
complementeren, zoals vorm en inhoud ook in de geschriften van Derrida
niet te scheiden zijn. Hoewel Dautzenberg veel minder onbegrijpelijk is
dan de hermetische filosoof, want Extra tijd laat zich ook
prima als zomerroman lezen: in de zon, koiboi-hoed op, Brand-biertje
erbij. Maar Dautzenbergs directe en simpele stijl is misleidend: hij
zegt veel meer dan direct opvalt (...) Fictie en werkelijkheid, droom en
realiteit blijven diffuus, maar Marcel leert dat de 'literaire trucjes'
die hij inzet om gevoelens op afstand te houden laf zijn. Hij
ontwikkelt zich van een alwetende fantast tot een volwaardige en
oprechte ik-verteller (...) Extra tijd is volkomen origineel.
Dautzenberg levert een literaire prestatie waartegen de reuring omtrent
zijn anonieme nierdonatie en Martijn-lidmaatschap bleek afsteekt.
(****)
Tros Nieuwsshow, Ingrid Hoogervorst:
Ik verwachtte het zoveelste ironisch machtsvertoon, ik vind ironie als stijlmiddel heel gevaarlijk, maar Extra tijd is
een bescheiden boek, autentiek en bij vlagen ontroerend en geestig
(...) Dautzenberg schildert een mooi psychologisch dubbelportret van een
zoon die zijn verdriet probeert te verbijten en datalleen kwijt kan in
het harnas van de literatuur en zijn vader, een bierdrinkende macho
voetbalfan. Roda JC is de lijm die de familie bij elkaar houdt (...) Wat
heel goed werkt, naast de voetbalverslagen, is de wonderlijke fantasie
van de cowboy als literair middel, een metafoor van de dood.
De Groene Amsterdammer:
Dautzenberg maakt Marcels angst levendig en invoelbaar genoeg om de lezer zo ver te krijgen dat hij hem wil volgen, het geeft Extra tijd zijn
niet te missen urgentie (...) Als Marcel een antwoord schuldig blijft
op de vraag: 'Mijn vader gaat dood, wat moet ik doen', dan is dat ook
omdat hij de vraag niet echt onder ogen durft te komen (...) Zonder
fictie kan hij de werkelijkheid niet aan. Je ontkomt niet aan het idee
dat Dautzenberg voor het eerst een roman heeft geschreven over een
ongemakkelijke vraag waar hij zelf geen antwoord op heeft.
Financieel Dagblad:
Als we even aan liefde en seks voorbijzien, is rouwverwerking met
voorsprong het drukst beoefende thema van de literatuur. Daarbij spant
de rouw van zonen om dode vaders de kroon. Wat dat betreft biedt A.H. J.
Dautzenberg, Nederlands snelst aanstormende romancier, niets
bijzonders. Het nieuwe van zijn roman Extra tijd zit hem in de combinatie met de dienst aan Koning Voetbal (...) Met zijn mix van galgenhumor en oprecht verdriet is Extra tijd een gaaf voorbeeld van het lach- en traangenre.
Limburgs Dagblad:
Het is een requiemroman zoals Tonio van
A. F. Th. van der Heijden. Bij allebei de wil om de tijd op te heffen.
Ultiem doel van alle kunst (...) Als pa weet dat hij gaat sterven,
speelt de club in mei/juni 2009 een serie wedstrijden om te overleven.
Dautzenberg koppelt deze serie metaforisch aan het uitgesteld sterven
van de vader. Je moet maar durven, maar hij slaagt glorieus in deze
force majeure (...) Absolute vondst is een reeks foto’s en
filmfragmenten. Stills om de dood de 'stillen' en de tijd stil te
zetten, maar ook om het verhaal naar en andere dimensie te tillen: die
van de lezer. Die weet ook van leven en dood. Extra tijd is een ode aan
een vader en diens generatie arbeiders, klaagzang en lofzang tegelijk op
de Oostelijke Mijnstreek, maar bovenal een bewijs van meesterschap van
de schrijver A.H.J. Dautzenberg. (****)
De Standaard der Letteren:
De Nederlandse proza-vernieuwer A.H.J. Dautzenberg heeft een nieuw
boek, over euthanasie, mannelijkheid en hoe je emoties te ontwijken
(...) Ook al waren zijn eerste twee boeken meer dan interessant, ze
werden overschaduwd door ‘s mans mediastrapatsen (...) In Extra tijd,
Dautzenbergs nieuwe, is het spel met feit en fictie zonder meer
ingenieus. Dit keer gebeurt de overlapping van feit en fictie ín de
roman zelf. Er zijn dus geen interviews in talkshows over nierdonatie
meer nodig: alles gebeurt tussen de kaften van het boek (...) Geen
wonder dat Marcel Möring Dautzenberger laatst één
van de spannendste schrijvers van dit moment noemde: wat de auteur hier
uithaalt, is inderdaad een spectaculair kunstje (...) Extra tijd heeft
alles om indrukwekkend te zijn, maar het leest als de handleiding van
een keukenrobot (...) Dat hij hiermee een breed publiek gaat bereiken,
is twijfelachtig. Eerder maken we hier de geboorte mee van een nieuwe
Gerrit Krol of Willem Brakman. (***)
Nederlands Dagblad:
Het gevaar komt van de vorm van Extra tijd,
die is experimenteel. Origineel en leuk gevonden is het bundeltje
gedichten van Marcel datals aparte bijlage in het boek zit. Het verst
gaat de perspectiefwisseling halverwege het boek (...) Op zich aardig
gevonden, maar Dautzenberg vergaloppeert zich door het verhaal dan
verder te schrijven in de vorm van een absurdistisch filmscript. De
beelden die de lezer krijgt te verstouwen, zijn ietwat te veel van het
goede (...) Een experiment kan ook te gevaarlijk worden.
Brabants Dagblad:
Het duurt even voor je als lezer de noodzaak van 'Extra tijd' gaat
voelen, maar tegen het einde van vaders leven, tevens het einde van het
boek, voel je die noodzaak tot op je botten; dan moeten er brokken uit
kelen, knopen open, willen er zuchten naar buiten. Want vader wil dood,
hij wil dolgraag dood. Het leidt tot huiveringwekkend mooie passages.
Knack:
Ondertussen
dwaalt er voor de ogen van Marcel nu en dan een schimmige cowboy rond,
als een wraakzuchtige schaduw van de vader, als voorbode van de dood,
maar vooral als graadmeter van zijn eigen geestelijke verwarring.
Eigenlijk is die verklede vogelverschrikker vooral ergerlijk. Niet dat
deze roman bij momenten niet schittert in ingehouden romantiek. De dood
van de vader is er een om het hoofd voor te buigen. Zuinig beschreven,
zuinig beleefd. Een scene om in te kaderen. Nu nog die cowboy lozen.
De Contrabas:
De
roman is het voertuig van wat een schrijver wil zeggen. Omdat de meeste
romanciers helaas niets te melden hebben, blijven de meeste romans
flets, saai en nietszeggend. Dat geeft overigens niet. Ik zou er alleen
niet zo gauw een crisis in willen ontwaren, een crisis die de roman
treft. Het is nu eenmaal zoals het is, en waarschijnlijk was het nooit
anders en zal het ook nooit anders zijn. Daarom moeten we, wij, de
lezers, de uitzonderingen koesteren. Extra tijd is zo’n uitzondering. Een monument gehouwen uit de taal.
Brands met boeken:
Met Extra tijd schetst
A.H.J. Dautzenberg niet alleen een persoonlijk portret van zijn vader.
Hij laat ook zien hoe het is om op te groeien in een klassiek
arbeidersgezin in de Oostelijke Mijnstreek, een regio in Zuid-Limburg
waar men met een collectief minderwaardigheidscomplex lijkt te kampen.
Hoe kun je je daarvan bevrijden? (...) Een mooie, ontroerende roman.
Trouw:
Rob Schouten was vorig jaar in zijn recensie van Dautzenbergs roman Samaritaan benieuwd
welke kant de schrijver zou opgaan: die 'van het schokkende amoralisme
waarmee hij begon, of die van het onderkoelde cynisme'. Extra tijd lijkt
sterk autobiografisch: de naderende dood van de vader van de
hoofdpersoon leidt tot veel gepeins over het gezin van herkomst (sic!).
De roman begint behoorlijk conventioneel, maar bevat ook veel
filmfragmenten. Los bij het boek krijg je de dichtbundel geleverd die
hoofdpersoon Gustaaf (sic!) Meulenberg heeft geschreven.
Opium, Radio 1:
Een mooie en vooral ontroerende roman.
Hanta:
Er is over A.H.J. Dautzenberg al veel gezegd en geschreven, maar
daaruit bleek lang niet altijd dat hij schrijver is en hoe goed hij als
in die hoedanigheid is. Zowel veel ruwe bolsters heeft ook Dautzenberg
een klein hartje en met dat kleine hartje heeft hij zijn vader (en zijn
hond) liefdevol de literatuur in geschreven. Hoewel hij het
autobiografische verrijkt met vorm - de parallelle lijn tussen het einde
van de competitie en het einde van het leven; de dood die in de
gedaante van een koiboi de zoon het onvermijdelijke blijft herhalen,
blijft Extra tijd een precieze verbeelding van een weg
naar het einde. Dautzenberg heeft het uiteindelijk niet zo heel veel
mooier of abstracter opgeschreven dan het in werkelijkheid was, maar
zoals het opgetekend is, is het meer dan het verhaal van een van vader
en een zoon en nog een zoon.
Christelijk Weekblad:
Het vuur datachter Extra tijd brandt, heet dan ook gewoon evangelie: 'In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars.' Extra tijd kun
je zien als een seculiere opstandingsroman: Het geloof in Christus is
immers het ultieme parallelverhaal, dat onze banale belevenissen in een
ander licht zet (...) Het is alsof een onzichtbaar iemand een kruis
slaat boven het verhaal (...) In deze roman zijn de passie van een
Kerkradenaar die leeft voor zijn club, en de machteloze fantasieen van
zijn zoon - die op zichzelf een nederlaag zijn, in een onzichtbaar
gebaar tussen schrijver en lezer op een hoger plan getild.
Zwart Goud:
Het is een onsentimenteel adieu aan de aan kanker overleden vader van
Marcel, en tegelijkertijd een nostalgische blik op het Kerkrade van Roda
JC (...) Extra tijd treft doel dankzij de literaire vervlechtingen waarin de hoofdpersoon terecht komt. Extra tijd is
een familieportret, bijna-streekroman en kroniek van een naderende dood
(...) Het dichtbundeltje achterin is een monument van soberheid; het
maakt de gebeurtenissen in het verhaal extra wrang. De scenes, situaties
en dialogen draag je na lezing nog lang met je mee. Herjodstsakker!
L.H. Wiener:
Ik heb Extra tijd gelezen
en mag je er wel mee complimenteren. Het zal ongetwijfeld hoge ogen
gaan gooien in de jaarlijkse nominatie-kermis. Het onderwerp ligt
'lekker' en het is een ontroerende roman, van hoog literair gehalte
(...) De cursief gedrukte sportcommentaren werkten aanvankelijk heel
authentiek en grappig, maar krijgen in het slotcommentaar, wanneer
Marcel er niet langer in slaagt een Indiaan te zijn, een fenomenale
schrijnende werking (...) De freudiaanse, mythologische figuur van de
cowboy is een vondst, past geheel in de traditie van het kijken naar
Westerns en is een 'mooie' knipoog naar de 'Indiaan'. Beiden strekken
Marcel ten voorbeeld. Er heerst een ingewikkelde spanning tussen die
drie.Mutual enemies zijn zij niet, want ze hebben teveel gemeen, maar tot een figuur versmelten zullen zij nooit.
Univers:
Eerst lees je het verhaaltje over zoon, vader, voetbal, een
familiegeheim en de dood als een cowboy. Bij de tweede lezing ga je
genieten, van de perfecte stijl, de manier waarop fictie en
werkelijkheid door elkaar lopen. Het psychologische portret van een
Limburgse arbeidersfamilie, gezegend met een literaire zoon die zijn
verdriet uitdrukt in een boek/dit boek. Extra tijd lijkt nergens op, is volkomen origineel, herkenbaar voor iedereen met vooroorlogse ouders, prachtig. (*****)
Over boeken:
Hoewel autobiografisch is Extra tijd vooral
een roman, een literaire roman. Dat wil niet zeggen dat het taalgebruik
gekunsteld of ingewikkeld is, in tegendeel zelfs, Dautzenberg schrijft,
zo lijkt het, recht uit het hart. Maar halverwege is er een onverwachte
stijlbreuk die twee hoofdstukken lang duurt. In die hoofdstukken wordt
het verhaal verteld als een filmscript. Een stijlbreuk die ik
persoonlijk niet heel mooi vond, maar die ik wel begreep. Het schept
afstand, een thema dat door het hele boek heen loopt. Mooi in contrast
daarmee zijn de gedichten die in een aparte losse bijlage achterin het
boek zijn toegevoegd. (****)
Leeslog:
Veel staccato-teksten, compleet tegengesteld aan Thomas Mann, die zeker
hun uitwerking hebben maar toch te weinig beklijven. Een goed
geconstrueerd boek, er had echter veel meer ingezeten (...) Het sterven
van de vader en de na-competitie van Roda JC overstemmen te veel de
familiaire spanningen die er ook zijn.
Boekenbijlage:
Extra tijd lijkt
een voetbalroman, maar is het toch ook weer niet (...) Het boek is veel
meer: het is het verhaal van een moeizame vader-zoon relatie (...) Extra tijd is
een mooi geschreven roman over de allerlaatste levensfase die af en toe
rauw is en zeker naar het einde toe je bezighoudt metallerlei vragen.
Das Magazin Leesclub:
Ik ben gefascineerd door de voetbalwedstrijdverslagen. Ik vraag me af
of delen op de werkelijkheid berusten. Ik heb totaal geen verstand van
voetbal, maar ik vermoed dat veel namen van de voormalige Roda JC
spelers kloppen. Ik meen begrepen te hebben dat ze zijn gemaakt met
behulp van een deskundige op dit gebied. Ook vind ik de stukjes waarin
het gaat over lichamelijke ervaringen van de hoofdpersoon boeiend en
zeer beeldend, waaronder jouw quote, omdat het in het gezin onderling
geweerd wordt, lichamelijkheid. Ik ben niet goed in passages, sorry, bij
mij zijn het meer woorden of metaforen die me raken. Ik vraag me ook
heel erg af, of er autobiografische elementen in zitten, omdat het zo
dicht op de huid geschreven lijkt.
Het boek is als een coming of
agefilm, met stukjes film, in film, in film. Hier wordt een jeugd
gefileerd, glashelder. nergens zuur of zwaar en met onhollandse
elementen en overgangen. Fris en fruitig. Ik ben ergens halverwege en
het wordt steeds interessanter. Cowboys and Indians, remember, we’re
very good at games.
Ik heb de zandruiterstukken gelezen en ook
dit vond ik sterk gevonden. Een equivalent van de western is hier het
strand, ook desolaat, waaierig en stoffig, weergegeven op papier als
filmshots met exterieurs en interieurs, met luistertips (mediumswitch).
Ook interessant is de invoer van de zwarte cowboy, ik meen eerst intern
in een droom. Later manifesteert zich dit buiten de hoofdpersoon om in
diens leven. Waar gaat het naartoe met deze veelvoudige persoonlijkheid
die staat voor dood, angst, ongrijpbaarheid maar ook voor alterego.
Na
herlezing van het boek heb ik besloten dat het niet interessant genoeg
is om voor een uurtje naar Amsterdam af te reizen. Iedereen die wel
gaat: veel plezier! Mijn uiteindelijke oordeel over het boek blijft wat
ik na eerste lezing vond: bepaald niet slecht geschreven, maar te veel
thema’s, te clichematig, te veel experimenten met de vorm. En
voetbalverslagen, en zwarte vreemdelingen en regie-aanwijzingen en
perspectiefwijzigingen. In mijn ogen is het qua constructie een tikje
over the top. Verder vraag ik me af of de schrijver wel genoeg research
heeft gedaan naar WOII en de tijd daarna. Dat waren echt andere tijden,
of het nu ging om de beschikbaarheid van eten onder alle lagen van de
bevolking of om de omgang met de tere kinderziel.
Ik heb het
boek uit. ik vond het van het begin tot het einde lezen als een
thriller. Spannend dus, en daar gaat. het maar om.Het zelfmoordthema en
de antidepressiva, de snelle beurt, zeer actueel, evenals de aangehaalde
tekst van Johnny Rotten: "I have no feelings for anybody else" "David
Lynch light". maar niet bang om te sterven, zoals het een echte warrior
betaamt. Erg bedankt dat ik het boek heb kunnen en mogen lezen, ik weet
niet of het anders op mijn pad was gekomen.
Ik heb het boek al
een tijdje uit (lang leve de vakantie) en ik vond het een fantastische
roman! Wat mij het meest opviel was Marcels kijk op zijn identiteit. Hij
is constant bezig met zijn mannelijkheid (indianen huilen niet) en zijn
afkomst (boerenjongen die universiteit gaat doen) en vooral hoe anderen
hem zien. Vooral de rol van voetbal hierin is interessant. Hij voetbalt
om te bewijzen dat hij nog steeds een dorpsjongen is, dat hij mannelijk
is en om daarmee zowel zijn vader als het dorp te pleasen.