Het was vijf uur in de ochtend. De bel ging. Als in een reflex gleed ik uit bed, en rende de twee trappen naar beneden af om de voordeur open te doen. Geen gedachten.
‘Goedemorgen mevrouw.’ Een oudere heer in een chique jas en kostuum keek me aan met een serieuze bezorgde blik. Achter hem torende een jongere man in een identieke donkerkrijze overjas, ik zag een stuk of acht, negen politie-rechercheurs, waarvan eentje een herdershond aan de lijn had.
‘Wat is dit?’ bracht ik met moeite uit.